Superhelden mogen ook een dipje hebben

publish date
01.08.2018

Jarenlang knip je als brandweerman routineus slachtoffers uit autowrakken. Op een dag is een kind bij de dodelijke slachtoffers en hoe sterk je ook denkt te zijn, je krijgt het niet verwerkt. Jarenlang word je als politieprofessional geïntimideerd en moet je tijdens interventies omgaan met gewelddadige omstaanders. Op een dag is die ene steen die een jongere naar je gooit er mentaal teveel aan. Je reanimeerde als hulpverlener-ambulancier al succesvol honderden mensen. Op een dag ben je zelf betrokken bij een verkeersongeval en je blokkeert in plaats van slachtoffers te beginnen reanimeren.

Bizar? Nee, puur menselijk zo blijkt. Campus Vesta leert hulpverleners in de opleiding eerste psychologische hulp aan getroffen collega’s hoe belangrijk het is om als collega’s te communiceren met elkaar.

Connecteren met collega’s is heel therapeutisch

Tim Rypens is crisistherapeut in een crisisunit en geeft op Campus Vesta al jaren les aan politie, brandweer en hulpverlener-ambulanciers. Opleidingen als crisis- en agressiebeheersing, omgaan met operationele traumatische stress en psychiatrische urgenties zitten al jaren in het curriculum van de hulpverleners van de provincie Antwerpen. Nieuw in tijden van stijgende burn-outs en alarmerende depressiecijfers zijn opleidingen waarbij collega’s worden gesensibiliseerd om bewuster te communiceren met collega’s die iets ingrijpend meemaakten.

Rypens: “Je ziet je collega’s meer dan je vrienden en familieleden. Bij een crisis heb je nood aan acute opvang. Professionele opvang daar moet je doorgaans even op wachten, je kunt niet overal meteen terecht. Zowel voor je eigen welzijn als voor het welzijn van je collega’s luidt het credo: zit je met iets, praat er dan zo snel mogelijk over met de mensen die je veel ziet. Bij hoog risicoberoepen is de eerste opvang na potentieel traumatiserende of deprimerende gebeurtenissen heel belangrijk, maar ook in andere professionele contexten is het relevant dat collega’s met elkaar connecteren en er voor elkaar zijn.

Werk en privé lopen meer in elkaar over dan mensen beseffen. Snel starten met erover te praten, is cruciaal. Verwerk je een miskraam, dan kun je je gedachten niet altijd afzetten op je werk. Alleen denken collega’s vaak dat over pijnlijke thema’s praten een taboe is, dat ze de getroffene beter zoveel mogelijk met rust laten. Terwijl de eerste opvang gedeeltelijk bepaalt hoe de getroffene het incident op lange termijn kan verwerken.”

Ook superhelden mogen emotionele dipjes hebben

First responders denken ten onrechte dat ze beschermd zijn tegen de indringende impact van een potentieel traumatiserende gebeurtenis. Rypens: “Het getrainde crisisbrein van hulpverleners zorgt ervoor dat ze op stressmomenten in staat zijn om snel en adequaat te handelen. Hoe lang dit systeem functioneel blijft, met inbegrip van het verdringen van negatieve emoties, is gokken.

Ook het geheugen van hulpverleners zorgt wel eens voor verrassingen. Het verdringingsmechanisme kan compleet onverwacht falen. Je kunt jarenlang ongevoelig zijn voor bepaalde ervaringen en op een dag hakt het er dan toch ineens in. Dat bewijst dat niemand ongenaakbaar is, zelfs hulpverleners niet. Een politieprofessional met een schijnbare olifantenhuid, is misschien heel depressief.”

Op Campus Vesta wil men hulpverleners nu leren om collegiale hulpverleners te zijn die ook aandacht hebben voor hun collega’s. Het klinkt contradictorisch, maar in de sector van hulpverlening vergeten ze elkaar al eens.

“Pas na de schok kan je de intensiteit opmeten, want niet iedere hulpverlener reageert op dezelfde wijze. Veel hangt af van de ernst, duur, waargenomen niveau van bedreiging, rol, afloop,... Traumaspecialist Erik De Soir werkte in 2006 een CRASH model uit voor crisistherapie. Zo kan een hulpverlener na een mislukte reanimatie soms minder intens reageren dan bij het aantreffen van een, ondertussen overleden, vermiste persoon.

Ook eerdere schokervaringen, zoals recente verlieservaringen of schokkende gebeurtenissen, en reacties uit de sociale omgeving kunnen bepalen op welke manier de impact zich zal laten voelen. Daarmee is het net belangrijk dat hulpverleners ook collegiale hulpverleners zijn.”

Stop niet met te vragen hoe het gaat

Een collega die tegen kanker heeft gevochten en terug aan de slag gaat, een verlies moet verwerken, een ongeval meemaakte of zelf een woninginbraak. Vraag jij nog een paar maanden later hoe het met hem of haar gaat?

”Oprechte interesse in je medemens vertonen, ook als het even minder goed nieuws is, is heel waardevol voor het verwerkingsproces van de getroffene. We leven in een heel communicatief tijdperk. We sharen en liken alles op sociale media, maar om te communiceren met een getroffene moeten we even uit onze cocon van oppervlakkigheid en vluchtigheid stappen. Dan moeten we warm menselijk contact opzoeken.

In de opleiding eerste psychologische hulp aan getroffen collega’s oefenen we lastige sociale momenten met rollenspelers. We leren de cursisten zelfvertrouwen aan. Je moet geen therapeut spelen als collega, maar aan de hand van een paar simpele vragen of handelingen kun je voor de persoon in kwestie echt een steun zijn. En steun is wat je nodig hebt als mens, op momenten dat je het zelf even moeilijk hebt”, aldus Rypens.

Volgende